ECLI:NL:RBBRE:2011:BR5787
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgang en waardebepaling bij loonheffing privégebruik auto met correctieberichten
Belanghebbende stelde een buitenlandse auto ter beschikking aan haar directeur-grootaandeelhouder en gebruikte voor de loonheffing een lagere cataloguswaarde afgeleid van het BPM-bedrag op het Nederlandse kentekenbewijs. De inspecteur bepleitte een hogere cataloguswaarde en legde een correctieverplichting op, waarna belanghebbende correctieberichten indiende voor de maanden januari tot en met november 2009.
De inspecteur stelde dat betaling op correctieberichten niet vatbaar is voor bezwaar en beroep en dat het bezwaar tegen de afdracht over december 2009 niet ontvankelijk was. De rechtbank oordeelde dat correctieberichten als verbeterde aangiften moeten worden gezien en dat bezwaar en beroep daartegen wel mogelijk zijn. De rechtbank stelde vast dat voor de waardebepaling van de auto de staat bij eerste toelating in Nederland leidend is, niet de staat bij invoer.
De rechtbank vond het meest betrouwbaar om het model van de auto te bepalen aan de hand van het chassisnummer, waarmee de waarde op €54.465 werd vastgesteld. Dit leidde tot een hogere bijtelling dan belanghebbende had verantwoord. De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en wees het beroep gegrond, met teruggaaf van een deel van de loonheffingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt de cataloguswaarde van de auto vast op €54.465, met teruggaaf van loonheffingen en veroordeling van de inspecteur in proceskosten.