ECLI:NL:RBBRE:2011:BR1051
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde serviceappartement wegens onjuiste waardering en vergelijkingsproblemen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar serviceappartement, vastgesteld op €255.000 per 1 januari 2009. De gemeente handhaafde deze waarde, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Breda.
De kern van het geschil betrof de inhoud- en oppervlaktematen van de woning en de waardering van het appartement in vergelijking met andere objecten. Verweerder ging uit van grotere maten dan belanghebbende stelde en gebruikte ter vergelijking vijf niet-serviceflats. De rechtbank oordeelde dat de door verweerder gehanteerde maten correct waren, maar dat de vergelijking met niet-serviceflats niet passend was vanwege het specifieke imago van serviceflats.
Verder stelde verweerder dat de servicekosten geen waardedrukkende invloed hadden, omdat het persoonlijke verplichtingen zouden zijn. De rechtbank verwierp dit standpunt op basis van vaste jurisprudentie, maar vond ook dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het specifieke marktkarakter van serviceflats.
Belanghebbende kon haar lagere waarde van €150.000 niet aannemelijk maken, mede omdat de verkoopcijfers van vergelijkbare serviceflats te ver van de waardepeildatum af lagen. De rechtbank concludeerde dat geen van de partijen de waarde overtuigend had onderbouwd en stelde de WOZ-waarde vast op €195.000.
De uitspraak vernietigde de eerdere beslissing op bezwaar, verlaagde de waarde en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het serviceappartement is verminderd van €255.000 naar €195.000.