ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6109
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woonhuis en cultuurgrond bij tuinbouwbedrijf
Belanghebbende, een BV die een tuinbouwbedrijf exploiteert, kocht een perceel met daarop een woonhuis en cultuurgrond. De gemeente stelde de WOZ-waarde van het woonhuis inclusief grond vast op €434.000, maar belanghebbende betwistte dit omdat een deel van de grond als cultuurgrond vrijgesteld zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het bedrijfsmatig gebruik van de cultuurgrond, bestaande uit het maaien en verkopen van gras, voldoende is om de cultuurgrondvrijstelling toe te passen. De objectafbakening moet conform de notariële akte plaatsvinden, waarbij de woning met bijbehorende opstallen en ondergrond apart wordt gewaardeerd.
De rechtbank stelde vast dat de waarde van de woning kan worden gebaseerd op de door belanghebbende betaalde prijs, rekening houdend met de tuinbouwbestemming. De gemeente kon niet aannemelijk maken dat derden meer zouden betalen voor de woning uitgaande van een woonbestemming. Daarom werd de WOZ-waarde verminderd tot €250.000 en de aanslag dienovereenkomstig aangepast.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het woonhuis wordt vastgesteld op €250.000 met toepassing van cultuurgrondvrijstelling.