ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5234
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoogde gecombineerde heffingskorting wegens onvoldoende bewijs inkomen
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2007, waarbij de inspecteur de verhoogde gecombineerde heffingskorting heeft teruggevorderd. De rechtbank heeft onderzocht of belanghebbende recht heeft op deze korting.
Belanghebbende stelde dat zij geen inkomen heeft genoten in 2007 en daarom recht heeft op de korting. Zij baseerde dit op haar aangifte en eigen verklaring, maar leverde geen aanvullend bewijs. De inspecteur betwistte dit en stelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd.
De rechtbank oordeelde dat het enkel volharden in de stelling dat geen inkomen is genoten onvoldoende is om recht op de korting aan te nemen. Ook het beroep op vertrouwen in eerdere jaren faalde omdat de inspecteur toen zonder onderzoek de korting verleende, wat geen rechtszekerheid schept voor latere jaren.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering van de heffingskorting en heffingsrente.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende onvoldoende bewijs levert voor het ontbreken van inkomen en dus geen recht heeft op de verhoogde gecombineerde heffingskorting.