ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1575
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank gelast inspecteur tot tijdige beslissing op bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2003-2004, maar de inspecteur heeft hierop na meer dan twee jaar nog niet beslist. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en gelast de inspecteur binnen vier weken alsnog een beslissing te nemen, onder verbeurte van een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €15.000.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur tijdens de procedure bevoegd blijft om informatie bij belanghebbende in te winnen. Het verzoek van belanghebbende om immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure wordt afgewezen, omdat een vergoeding pas aan de orde kan komen nadat de rechter over de inhoud van de naheffingsaanslag heeft beslist.
De rechtbank verwijst daarbij naar jurisprudentie van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep. Tevens wijst zij op het feit dat de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet van toepassing is op dit bezwaar, omdat het vóór 1 oktober 2009 is ingediend. De rechtbank benadrukt dat de redelijke termijn voor afhandeling van belastingzaken in beginsel twee jaar bedraagt, en dat deze termijn in deze zaak is overschreden.
Uitkomst: De rechtbank gelast de inspecteur binnen vier weken te beslissen op het bezwaar onder verbeurte van een dwangsom en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.