ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9090
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag loonheffingen en vergrijpboete bij restaurant met bijtelling privégebruik auto
Belanghebbende, een restaurant exploiterende besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd over 2006, inclusief een vergrijpboete van 25%. De inspecteur corrigeerde het lage sectorpremiepercentage naar het hoge, stelde een bijtelling privégebruik auto vast en legde een boete op wegens grove schuld.
De rechtbank oordeelde dat het hoge sectorpremiepercentage terecht was toegepast omdat belanghebbende geen schriftelijke arbeidsovereenkomsten met haar werknemers had gesloten, een vereiste voor het lage percentage. Het overgangsrecht bood geen soelaas omdat de mondelinge overeenkomsten langlopend waren.
De bijtelling privégebruik auto werd eveneens bevestigd, aangezien de auto door personeel werd gebruikt zonder rittenregistratie of verklaring geen privégebruik. De eindheffing op de bijtelling bleef ook in stand omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat verhaal op de directeur mogelijk was.
De vergrijpboete werd echter verminderd van € 2.288 naar € 1.070. De rechtbank vond dat de grove schuld voor het toepassen van het hoge premiepercentage niet aan belanghebbende kon worden toegerekend, omdat de gemachtigde niet op de hoogte was van het schriftelijke overeenkomstvereiste. Voor de bijtelling privégebruik auto was sprake van grove onachtzaamheid, waardoor de boete deels terecht was opgelegd.
De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 365. Partijen konden binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonheffingen is bevestigd, de vergrijpboete verminderd tot € 1.070 en de inspecteur veroordeeld in proceskosten.