ECLI:NL:RBBRE:2011:BP5327
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende, aandeelhouder van een BV, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006. Na een boekenonderzoek bij de BV stelde de inspecteur een controlerapport op waarin werd aangegeven dat een navorderingsaanslag zou worden opgelegd. Belanghebbende stuurde een brief waarin hij het rapport als concept beschouwde en niet als definitief bezwaarschrift.
De rechtbank oordeelde dat de brief van belanghebbende niet als een bezwaarschrift tegen de navorderingsaanslag kon worden aangemerkt, omdat ten tijde van het schrijven de aanslag nog niet was vastgesteld en belanghebbende dit ook niet redelijkerwijs kon aannemen. Ook andere brieven van belanghebbende werden niet als bezwaar tegen de aanslag geïnterpreteerd.
De rechtbank verwees naar de relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder artikel 6:10 en Pro 6:15 van de Awb en een arrest van de Hoge Raad, en concludeerde dat de brief niet ontvankelijk was als bezwaar. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006 is niet-ontvankelijk verklaard.