ECLI:NL:RBBRE:2011:BP5098
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens intrekking na hoorgesprek in fiscale naheffingsaanslagzaak
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die tijdschriftabonnementen verkoopt en koeriersdiensten verricht, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over 2002. De inspecteur stelde een onderzoek in en legde naheffingsaanslag met boete en rente op. Belanghebbende vroeg om een hoorgesprek dat aanvankelijk niet plaatsvond. Na een beroepschrift werd alsnog een hoorgesprek gehouden, waarna belanghebbende het beroep introk in overleg met de inspecteur.
De inspecteur deed vervolgens een tweede uitspraak op bezwaar, die de rechtbank kwalificeert als een ambtshalve besluit waartegen geen beroep mogelijk is. De rechtbank oordeelt dat de intrekking van het beroep door de gemachtigde, die een algemene volmacht had, aan belanghebbende is toe te rekenen. De termijn voor beroep was verstreken en er was geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank wijst het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid en overweegt dat de professionele deskundigheid van de gemachtigde en inspecteur meebrengt dat dwaling in het recht niet aannemelijk is. Ook een vermeende foutieve voorlichting door de inspecteur kan belanghebbende niet baten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking na hoorgesprek en het karakter van de tweede uitspraak op bezwaar als ambtshalve besluit.