ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3989
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde agrarisch onroerend goed en proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een agrarisch object bestaande uit een (hooi)schuur, werktuigenloods, grasland en bosgrond. Verweerder had in de bezwaarfase de waarde verlaagd, maar in de beroepsprocedure aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en zelfs hoger lag dan de oorspronkelijk vastgestelde waarde.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaren over de jaren 2005 tot en met 2008 niet ontvankelijk waren wegens termijnoverschrijding. De waarde van de opstallen werd door verweerder getaxeerd op €84.000, gebaseerd op een taxatierapport en de taxatiewijzer agrarische gebouwen, waarbij rekening was gehouden met bouwjaar, onderhoudstoestand en gebruiksmogelijkheden.
Belanghebbende stelde een lagere waarde van €43.000 voor, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank vond de door verweerder gehanteerde waardering redelijk en voldoende onderbouwd. De cultuurgrondvrijstelling voor grasland en bosgrond werd afgewezen omdat sprake was van hobbymatig gebruik.
Omdat de verlaging van de waarde in bezwaar onterecht was, werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de WOZ-waarde en aanslagen niet te hoog waren vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.