ECLI:NL:RBBRE:2010:BO5413
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste heffingskorting
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 opgelegd wegens niet aangegeven vermogen bij een buitenlandse bank. De rechtbank oordeelde ambtshalve in een tussenuitspraak dat in de oorspronkelijke aanslag de heffingskorting ten onrechte was bijgeteld in plaats van afgetrokken. Hierdoor was destijds al meer belasting geheven dan nu bij navordering zou kunnen worden geheven bij correcte verwerking.
De rechtbank achtte het feit dat de ontvanger het juiste bedrag had terugbetaald irrelevant. De navorderingsaanslag werd daarom vernietigd. De inspecteur stemde met deze conclusie in en belanghebbende maakte geen gebruik van de mogelijkheid om hierop te reageren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en de boetebeschikking, en bepaalde dat de heffingsrente nihil werd gesteld. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
De uitspraak werd gedaan zonder nadere zitting omdat het geschil zich beperkte tot de juistheid van de navorderingsaanslag en belanghebbende geheel in het gelijk werd gesteld. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 wordt vernietigd wegens onjuiste verwerking van de heffingskorting.