ECLI:NL:RBBRE:2010:BN7869
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- M.M. de Werd
- M.J.G.A.M. Weerepas
- Rechtspraak.nl
Omkering bewijslast bij fictieve investeringen en niet-aannemelijke kapitaalstorting in belastingzaak
Belanghebbende, vennoot in diverse v.o.f.'s en exploitant van een hotel, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004. De inspecteur corrigeerde de aangifte wegens vermeende fictieve investeringen en een niet aannemelijke kapitaalstorting, waardoor de belastbare winst werd verhoogd.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de investeringen in het hotel daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Dit volgt uit het taxatierapport, foto’s, gemeentelijke informatie en verklaringen van de bouwondernemer die sprak over gefingeerde facturen. Ook de kapitaalstorting van €243.265, opgevoerd als lening, kon niet worden bewezen; de vermeende geldgever ontkende de lening te hebben verstrekt.
Gezien het bewust onjuist opnemen van afschrijvingskosten en het niet aannemelijk maken van de lening, is de aangifte niet als vereist aangemerkt. De inspecteur heeft daarom terecht de bewijslast omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende faalde in het leveren van bewijs tegen de uitspraak op bezwaar, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het belang van correcte en onderbouwde aangiften en de toepassing van omkering van de bewijslast bij vermoedens van onjuiste belastingaangifte.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met omkering van de bewijslast wordt bevestigd.