ECLI:NL:RBBRE:2010:BN0354
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onterecht niet-ontvankelijkheid
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 april 2006 tot en met 31 maart 2008, inclusief een verzuimboete. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een tijdige motivering. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur reeds op de hoogte was van het standpunt van belanghebbende uit het boekenonderzoek en diens telefonische mededeling, zodat de niet-ontvankelijkverklaring onjuist was.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en draagt de inspecteur op om opnieuw op het bezwaar te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank wijst het beroep toe en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende. Partijen hebben de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
De uitspraak is gedaan door rechter Stassen na een zitting op 4 maart 2010 te Tilburg en is op 17 maart 2010 in het openbaar uitgesproken. De rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat bij vernietiging van niet-ontvankelijkverklaring de inspecteur opnieuw moet beslissen, tenzij partijen anders verzoeken of geen benadeling optreedt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de inspecteur wordt opgedragen opnieuw te beslissen.