ECLI:NL:RBBRE:2010:BM7213
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding belastingzaken na laattijdige uitspraak en onterechte boete
De rechtbank Breda heeft op 21 mei 2010 uitspraak gedaan over de proceskostenvergoeding in twee samenhangende belastingzaken (07/2562 en 07/2563). Eerder had de rechtbank op 1 april 2009 de beslissing over de proceskostenvergoeding aangehouden om belanghebbende in de gelegenheid te stellen de kosten nader te specificeren. Na ontvangst van nadere onderbouwing en reactie van de inspecteur, heeft de rechtbank zonder nader onderzoek de vergoeding vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat de inspecteur niet behoorlijk had gehandeld door de wettelijke termijn voor uitspraken te overschrijden, waardoor belanghebbende extra kosten heeft moeten maken. Deze kosten werden integraal vergoed. Daarnaast werd vastgesteld dat de inspecteur onterecht boetes had opgelegd terwijl sprake was van een pleitbaar standpunt, wat eveneens rechtvaardigt dat de kosten voor rechtsbijstand integraal worden vergoed. De rechtbank stelde de kosten voor de boeten vast op €500.
Omdat slechts een deel van de totale kosten integraal werd vergoed, kende de rechtbank voor overige kosten een vergoeding toe conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, zijnde €783. De totale proceskostenvergoeding voor beide zaken werd vastgesteld op €4.884,37, waarvan per zaak €2.442,19 werd toegekend. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan belanghebbende.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van €2.442,19 proceskostenvergoeding per zaak aan belanghebbende.