ECLI:NL:RBBRE:2010:BL8808
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt opgewekt vertrouwen bij vermogensetikettering bedrijfspand
Belanghebbende exploiteerde een onderneming in een pand dat bestond uit een woonhuis en een bedrijfspand. De inspecteur stelde dat het bedrijfspand ten onrechte als privévermogen was aangemerkt en legde een navorderingsaanslag op. Belanghebbende stelde dat de inspecteur door eerdere boekenonderzoeken en een bedrijfsbezoek het vertrouwen had gewekt dat de vermogensetikettering was geaccepteerd.
De rechtbank stelde vast dat het pand splitsbaar was en het bedrijfspand een eigen ingang had, waardoor het ondernemingsvermogen betrof. De inspecteur had de keuze van belanghebbende gecorrigeerd, maar tijdens het boekenonderzoek in 1999 was geen opmerking gemaakt over de vermogensetikettering. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de controlerend ambtenaar het bedrijfspand had bezocht.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad oordeelde de rechtbank dat belanghebbende gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen aan het boekenonderzoek dat de inspecteur de vermogensetikettering had beoordeeld en goedgekeurd. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de navorderingsaanslag vernietigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens opgewekt vertrouwen in de vermogensetikettering van het bedrijfspand.