ECLI:NL:RBBRE:2009:BQ0322
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid inspecteur tot opleggen navorderingsaanslag zelfstandigenaftrek en FOR
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot eigenaar van een autobedrijf in de vorm van een vennootschap onder firma, maakte in 2002 gebruik van zelfstandigenaftrek en toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). Na een boekenonderzoek stelde de inspecteur vast dat de werkzaamheden van belanghebbende hoofdzakelijk ondersteunend waren en legde een navorderingsaanslag op waarbij de zelfstandigenaftrek en FOR niet werden toegelaten.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inspecteur bevoegd was deze navorderingsaanslag op te leggen, met name of hij bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met het onterecht toepassen van de zelfstandigenaftrek. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur mocht uitgaan van de juistheid van de door belanghebbende met behulp van een deskundige adviseur ingediende aangifte en dat er geen aanwijzingen waren om aan de juistheid van de aftrekposten te twijfelen.
De rechtbank concludeerde dat de inspecteur niet verplicht was nader onderzoek te doen voorafgaand aan de oorspronkelijke aanslag en dat het boekenonderzoek, dat na de aanslag plaatsvond, de grondslag vormde voor de navorderingsaanslag. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.