ECLI:NL:RBBRE:2009:BP2636
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek binnenlandse belastingplicht voor in Costa Rica woonachtige belastingplichtige
Belanghebbende, woonachtig in Costa Rica, diende een aangifte inkomstenbelasting in over 2005 waarbij hij aftrekposten claimde. De inspecteur stelde het belastbaar inkomen hoger vast zonder rekening te houden met deze aftrekposten. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende kon kiezen voor de behandeling als binnenlands belastingplichtige volgens artikel 2.5 Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelde dat Costa Rica geen lidstaat van de EU is en Nederland met Costa Rica geen belastingverdrag heeft dat voorziet in uitwisseling van inlichtingen. Hierdoor kon belanghebbende niet kiezen voor binnenlandse belastingplicht. Het beroep op artikel 26 IVBPR Pro werd verworpen omdat dit artikel geen verplichting tot meestbegunstiging inhoudt.
Belanghebbendes beroep op billijkheid en de hardheidsclausule werd eveneens afgewezen, aangezien de rechter geen ruimte heeft om de innerlijke waarde van de wet te beoordelen en de bevoegdheid tot toepassing van de hardheidsclausule bij de Minister van Financiën ligt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verzoek om binnenlandse belastingplicht wordt afgewezen.