ECLI:NL:HR:2001:AD5029
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslag vermogensbelasting buitenlandse belastingplichtige 1996
Belanghebbende, een buitenlandse belastingplichtige, werd voor het jaar 1996 aangeslagen in de vermogensbelasting over een binnenlands vermogen van ƒ 130.000. Na bezwaar tegen deze aanslag handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en de verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën, evenals de conclusies van repliek en dupliek.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Ten aanzien van de proceskosten achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van de Inspecteur en het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vermogensbelasting bevestigd.