ECLI:NL:RBBRE:2009:BK6822
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hooff
- Van den Heuvel
- Struijs
- Rechtspraak.nl
Geschil over verdeling meerwaarde vervreemde agrarische vermogensbestanddelen en uitleg vervreemdingsbeding
De rechtbank Breda behandelde een civiel geschil tussen drie eisers en één gedaagde omtrent de verdeling van meerwaarde voortvloeiend uit de vervreemding van agrarische vermogensbestanddelen, waaronder landbouwgronden en productierechten. De vorderingen betroffen aanzienlijke bedragen vermeerderd met rente en kosten, waarbij de uitleg van een vervreemdingsbeding centraal stond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gedaagde gehouden was de gerealiseerde meerwaarde te delen, mede gelet op een clausule die vrijstelling gaf bij herinvestering in een agrarisch bedrijf binnen twee jaar, mits economisch verantwoord. De rechtbank oordeelde dat de herinvestering in een boomkwekerij niet economisch verantwoord was en derhalve de vrijstelling niet van toepassing was. Tevens werd geoordeeld dat de door de gedaagde betaalde inkomstenbelasting in mindering moest worden gebracht op de te verdelen opbrengst.
Verder was er discussie over de peildatum voor de waardebepaling van de gronden en het toepasselijke rentepercentage na 1 januari 2002. De rechtbank stelde dat de peildatum de datum van daadwerkelijke levering was en dat het rentepercentage moest aansluiten bij het oorspronkelijk beoogde percentage, zijnde de ECB depositorente plus 1,25% vermeerderd met twee punten. Vanwege tegenstrijdige standpunten over de waarde in verpachte staat van de gronden werd een deskundigenbericht gelast. De beslissing werd aangehouden tot ontvangst van dit rapport.
Uitkomst: Rechter wijst herinvesteringsverweer af, belastingen worden in mindering gebracht en benoemt deskundige voor waardebepaling; verdere beslissing aangehouden.