ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2006
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dubbele belastingheffing bij aandelen in onroerendezaaklichaam bij nalatenschap van fictief Nederlandse inwoner
De zaak betreft een geschil over de heffing van successierecht op aandelen in een onroerendezaaklichaam, [X] B.V., die deel uitmaken van de nalatenschap van een erflater die woonde in België maar volgens de woonplaatsfictie als inwoner van Nederland werd beschouwd. De inspecteur van de Belastingdienst had een aanslag opgelegd zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting, wat belanghebbende betwistte.
Tijdens de bezwaarprocedure werd een vaststellingsovereenkomst gesloten over de waarde van de aandelen, waarna de aanslag werd verminderd. De kern van het geschil was of de Nederlandse regeling in strijd was met het gemeenschapsrecht, met name de artikelen 18, 39, 43 en 56 van het EG-verdrag, in het licht van jurisprudentie van het HvJ EG, waaronder de zaak Block.
De rechtbank oordeelde dat de Successiewet en het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting niet in strijd zijn met het gemeenschapsrecht. De heffing van successierecht is niet geharmoniseerd binnen de EU, waardoor lidstaten een zekere autonomie hebben. Nederland mag aandelen in een onroerendezaaklichaam als situsgoederen aanmerken en hiervoor successierecht heffen zonder aftrek, ook al leidt dit tot dubbele belasting omdat andere lidstaten deze aandelen als roerend vermogen kwalificeren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag tot €166.322 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de geldigheid van de woonplaatsfictie en de Nederlandse benadering van onroerendezaaklichamen in successierechtelijke context.
Uitkomst: De aanslag successierecht is verminderd tot €166.322 en de Nederlandse regeling is niet in strijd met het gemeenschapsrecht.