ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0858
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- W. Brouwer
- M.G.J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke geldleningen aan deelneming leiden tot afwijzing verliesaftrek
Belanghebbende heeft geldleningen verstrekt aan haar Duitse deelneming [R] in de jaren 2002 tot en met 2004, die zij in 2005 heeft afgewaardeerd wegens faillissement van de deelneming. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen zekerheden waren gesteld, ondanks een halvering van de omzet van de deelneming vanaf 2002. Daarnaast is er geen rente betaald en zijn aflossingsverplichtingen niet nagekomen, waardoor de rente- en aflossingsvoorwaarden als irreëel werden beoordeeld.
De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat dergelijke leningen onder dezelfde voorwaarden aan een willekeurige derde zouden zijn verstrekt en concludeerde dat belanghebbende bewust het debiteurenrisico heeft aanvaard. Dit betekent dat het verlies op de geldleningen niet ten laste van de winst kan worden gebracht.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat indien een vennootschap een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou accepteren, het verlies niet in mindering op de winst kan worden gebracht. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verlies op de geldleningen kan niet ten laste van de winst worden gebracht.