ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0033
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde bedrijfspand op basis van gecorrigeerde vervangingswaarde Wet WOZ
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waarde van een bedrijfspand per 1 januari 2005 centraal, vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De eiseres betwistte de door de gemeente vastgestelde waarde en stelde een lagere waarde voor op basis van een eigen taxatierapport.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslast voor de juiste waardebepaling bij de gemeente ligt. De gemeente gebruikte een taxatierapport waarin de waarde van de grond werd bepaald aan de hand van vergelijkbare transacties op het industriegebied, en de waarde van de opstal werd gecorrigeerd voor technische en functionele veroudering. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte marktgegevens en methodiek adequaat zijn en dat de door de eiseres aangevoerde alternatieve transacties en argumenten onvoldoende onderbouwing bieden.
Daarnaast wijst de rechtbank de vergoeding van kosten van de bezwaarfase toe aan de eiseres, waarbij een bedrag van € 2.149,68 wordt vastgesteld, inclusief proceskosten voor de beroepsfase. Het beroep wordt verder ongegrond verklaard, waarmee de vastgestelde waarde van de gemeente in stand blijft.
De uitspraak bevestigt het belang van een objectieve waardebepaling op basis van marktgegevens en de gecorrigeerde vervangingswaarde, en benadrukt dat inefficiënties in het productieproces niet leiden tot een lagere waardering van de onroerende zaak zelf.
Uitkomst: De waarde van het bedrijfspand wordt vastgesteld op € 35.583.000 en de gemeente moet proceskosten vergoeden aan eiseres.