ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0028
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Waarde vaststelling bedrijfspand op basis van gecorrigeerde vervangingswaarde volgens Wet WOZ
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardebepaling van een bedrijfspand centraal, gelegen in een industriegebied, per de waardepeildatum 1 januari 2005. Zowel belanghebbende als de gemeente hanteren de gecorrigeerde vervangingswaarde (GVW) als waarderingsmethode, maar verschillen van mening over de hoogte daarvan. Belanghebbende stelt een lagere waarde van circa € 22,9 miljoen, terwijl de gemeente een waarde van circa € 35,6 miljoen aanhoudt.
De rechtbank volgt de gemeente in haar waarderingsmethode en taxatierapport. De gebruikte marktgegevens, waaronder vergelijkingen met vijf objecten in hetzelfde industriegebied, worden als representatief en betrouwbaar beoordeeld. De rechtbank verwerpt de stellingen van belanghebbende over lagere grondwaarden en hogere correcties wegens functionele veroudering, omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd en niet aansluiten bij de feitelijke marktontwikkelingen en gebruiksomstandigheden.
Daarnaast is de vergoeding van de kosten van de bezwaarfase aan de orde. De rechtbank acht de door belanghebbende opgevoerde kosten van de waarderingsdeskundige en rechtsbijstand redelijk en wijst een proceskostenvergoeding van € 2.149,68 toe, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard voor de kostenvergoeding en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: De waarde van het bedrijfspand wordt vastgesteld op € 35.583.000 en belanghebbende krijgt een proceskostenvergoeding van € 2.149,68 toegekend.