ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0009
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-aftrekbaarheid van door de NMa opgelegde bestuurlijke boetes voor vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg boetes opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens overtreding van de Mededingingswet en het EU-kartelverbod in de bouwsector. De vraag was of deze boetes aftrekbaar zijn bij de winstbepaling voor de vennootschapsbelasting, ondanks de aftrekbeperking in artikel 8 Wet Pro Vpb in samenhang met artikel 3.14 Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelde dat de NMa-boetes onvoorwaardelijke geldsommen zijn opgelegd door een Nederlands bestuursorgaan ter bestraffing van verboden gedragingen. De boetes zijn expliciet gericht op het bestraffen van kartelafspraken en vallen daarmee onder de definitie van bestuurlijke boetes in de wet. Het feit dat de boete gerelateerd is aan de mogelijke opbrengsten van de overtreding doet hier niet aan af.
Belanghebbendes stelling dat binnen de boete een onderscheid gemaakt moet worden tussen een bestraffend en een voordeelontnemend deel werd verworpen. De aftrekbeperking geldt volledig voor de boetes. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de NMa-boetes niet aftrekbaar zijn voor de vennootschapsbelasting.