ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ7902
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing rente-inkomsten en loon bij inwoner België volgens belastingverdrag Nederland-België
Belanghebbende, inwoner van België en 100% aandeelhouder van Nederlandse BV's, ontving in 2005 looninkomsten en rente uit vorderingen op zijn BV's. De inspecteur legde een aanslag op waarbij de rente-inkomsten werden meegenomen in de heffingsgrondslag voor de progressieve belasting over het loon, met een beperking van de belasting op rente tot 10% conform artikel 11 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en België.
Belanghebbende betwistte dat de rente in de heffingsgrondslag mocht worden betrokken en stelde dat alleen 10% belasting over de rente mocht worden geheven, zonder dat de rente invloed had op het tarief over het loon. De rechtbank oordeelde dat het verdrag toestaat dat Nederland de rente meeneemt bij de berekening van het progressieve tarief over het totale inkomen, waarna de belasting op de rente wordt beperkt tot 10%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslagvermindering waarbij de belasting over de rente werd beperkt tot 10%. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door drie rechters en griffier op 31 augustus 2009.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vermindering met toepassing van het 10%-tarief op rente wordt bevestigd.