ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5200
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Leijten
- Rechtspraak.nl
Nakoming persoonlijk recht van weg en verwijdering belemmerende pilaren
Eisers en gedaagden zijn partijen in een geschil over een persoonlijk recht van weg dat is overeengekomen bij de verkoop van een boerderij met omliggende grond. Eisers stellen dat gedaagden de doorgang over de strook grond onrechtmatig belemmeren door het plaatsen van twee pilaren, waardoor de breedte van de weg is verminderd van vijf naar 3,5 meter.
Gedaagden betwisten de onbelemmerde doorgang en stellen dat het recht van weg is komen te vervallen door verkoop van een deel van het perceel aan een projectontwikkelaar, dan wel dat het recht van weg een duurovereenkomst is die zij schriftelijk hebben opgezegd. Tevens betwisten zij het spoedeisend belang van eisers.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht van weg een persoonlijk recht betreft dat niet is komen te vervallen door de verkoop aan de projectontwikkelaar, mede omdat het gebruiksrecht van de grond bij eisers bleef. Ook is het recht niet opzegbaar zolang een van de rechthebbenden leeft. De pilaren belemmeren de overeengekomen breedte van vijf meter en moeten worden verwijderd. De vorderingen van gedaagden in reconventie worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang.
De rechtbank veroordeelt gedaagden tot onmiddellijke nakoming van het recht van weg en verwijdering van de pilaren, met een dwangsom bij niet-nakoming, en veroordeelt hen in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming van het persoonlijk recht van weg en verwijdering van belemmerende pilaren met dwangsom.