ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ4754
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging NiNbi-beschikking wegens ontbreken noodzaak vaststelling in kader ZVW
Belanghebbende, woonachtig in Frankrijk, ontving in 2006 een NiNbi-beschikking van de inspecteur waarin het niet in Nederland belastbaar inkomen op nihil werd vastgesteld. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de beschikking. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende in beginsel altijd belang heeft bij beroep tegen een NiNbi-beschikking vanwege de mogelijke gevolgen voor toeslagen en bijdragen.
De inspecteur had de beschikking ambtshalve vastgesteld omdat belanghebbende geen opgave wereldinkomen had verstrekt. De rechtbank stelt vast dat het Nederlandse inkomen van belanghebbende hoger is dan de maximale grondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, waardoor vaststelling van een NiNbi-beschikking in dit kader niet nodig is.
De rechtbank vindt dat de inspecteur had kunnen volstaan met het mededelen dat het inkomen hoger is dan de maximale grondslag en dat het vaststellen van een NiNbi-beschikking onnodig is. Gezien de onherroepelijke gevolgen van een NiNbi-beschikking en de mogelijkheid tot hernieuwde vaststelling, wordt de beschikking vernietigd. Het beroep wordt gegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de NiNbi-beschikking en verklaart het beroep gegrond.