ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ2541
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap bij stille ondermaatschap voor ondernemersaftrek
Belanghebbende was samen met haar echtgenoot een stille ondermaatschap aangegaan binnen een landbouw- en loonbedrijf. Zij vorderde ondernemersaftrek voor het jaar 2001, stellende dat zij als mede-eigenaar en zelfstandig handelingsbevoegde ondernemer was.
De rechtbank onderzocht of belanghebbende als ondernemer kan worden aangemerkt volgens artikel 3.4 van de Wet IB 2001, waarbij vereist is dat de belastingplichtige rechtstreeks verbonden is voor verbintenissen betreffende de onderneming. De maatschap was niet openbaar kenbaar gemaakt aan derden, waardoor deze als stille maatschap werd gekwalificeerd.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet namens de maatschap of mede namens haar echtgenoot handelde en niet bevoegd was om derden te binden. De bevoegdheid tot het aangaan van verbintenissen tot een bepaald bedrag betrof slechts beheershandelingen binnen de maatschap, niet vertegenwoordigingsbevoegdheid naar derden.
Daarom kwalificeerde belanghebbende niet als ondernemer in de zin van de Wet IB 2001 en had zij geen recht op ondernemersfaciliteiten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Belanghebbende wordt niet aangemerkt als ondernemer en heeft geen recht op ondernemersaftrek; beroep ongegrond verklaard.