ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ2498
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding bij bezwaar en beroep inzake dividendbelasting
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van dividendbelasting en maakte bezwaar tegen een gedeeltelijke afwijzing hiervan. Tevens werd proceskostenvergoeding gevorderd voor de bezwaarfase en de beroepsfase. De inspecteur verleende uiteindelijk de volledige teruggaaf inclusief heffingsrente, maar wees het verzoek om kostenvergoeding af.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten voor rechtsbijstand, verleend door zijn zoon, een zakelijke grond hadden en niet voortvloeiden uit de familierelatie. De omvang van de kosten stond niet in verhouding tot het geringe financiële belang van de zaak. Ook werd geoordeeld dat de kosten voor de heffingsrente niet voor vergoeding in aanmerking kwamen omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het teveel betaalde griffierecht werd terugbetaald. De rechtbank benadrukte dat een proceskostenvergoeding alleen toegekend kan worden indien het bestreden besluit wordt herroepen, wat hier niet het geval was. De uitspraak werd openbaar gedaan op 24 juni 2009.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.