ECLI:NL:RBBRE:2009:BI6112
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggave omzetbelasting voor bedrijfswoning op grond van ouders toegestaan
Belanghebbende, ondernemer X, liet in 2005 een bedrijfswoning bouwen op grond die eigendom was van zijn ouders. Hij vroeg volledige teruggaaf van de omzetbelasting over de bouwkosten, maar de inspecteur verleende slechts gedeeltelijke teruggaaf voor het zakelijke deel. De rechtbank stelde vast dat niet de civielrechtelijke eigendom, maar de feitelijke beschikking over de opstal bepalend is voor de omzetbelasting.
De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende de grond en opstal als ware hij eigenaar kon gebruiken, mede vanwege een stilzwijgende overeenkomst met zijn ouders. De opstal werd daardoor aangemerkt als investeringsgoed dat volledig als ondernemingsvermogen kon worden bestempeld, conform het arrest Charles/Charles-Tijmens van het Hof van Justitie.
De inspecteur stelde dat het pand gesplitst moest worden in woning en bedrijfsruimte, maar de rechtbank vond dat dit niet zonder bouwkundige aanpassingen mogelijk was en dat het pand als één goed moest worden beschouwd. Daarom werd de volledige teruggaaf van € 1.041 omzetbelasting toegekend. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van € 805 en het griffierecht van € 39 werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt volledige teruggaaf van € 1.041 omzetbelasting voor de bedrijfswoning op grond van zijn ouders.