ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0236
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing bij verkoop aandelen en toepasselijkheid fusiefaciliteit
Belanghebbende verkocht op 20 mei 2000 zijn 50% aandelen in een BV aan een holding waarvan hij alle aandelen hield. De koopovereenkomst verwees naar de fusiefaciliteit van artikel 14 Wet Pro IB 1964 en bevatte een ontbindende voorwaarde voor het geval deze faciliteit niet zou gelden. De aandelen zijn uiteindelijk geleverd op 31 december 2001 en de koopsom werd verwerkt in een rekening-courant.
De inspecteur belastte de gerealiseerde winst in 2001 als inkomen uit aanmerkelijk belang, terwijl belanghebbende stelde dat de winst in 2000 belastbaar was, het jaar van de overeenkomst. De rechtbank oordeelde dat het moment van de verkoopovereenkomst bepalend is voor het belastbaar stellen van de winst, niet het moment van levering.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en verminderde het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Tevens veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van griffierecht. Deze uitspraak bevestigt dat bij verkoop van aandelen het tijdstip van de overeenkomst bepalend is voor de belastingheffing, ook als de levering later plaatsvindt.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat de winst uit de aandelenverkoop belastbaar is in 2000 en vermindert de aanslag voor 2001.