ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0047
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling BPM-heffing bij verkoop gebruikte exclusieve auto met Duits kenteken
Belanghebbende, een autodealer, verkocht in januari 2007 een exclusieve auto die op dat moment als nieuw werd aangeduid, maar die op 12 februari 2007 een Duits kenteken kreeg. De rechtbank stelt vast dat de auto als gebruikt voertuig in de zin van de Wet BPM moet worden beschouwd. Diverse taxatierapporten werden overgelegd, maar deze werden terzijde geschoven omdat zij niet uitgingen van een vergelijking met nieuwe auto's van hetzelfde merk en type.
De rechtbank benadrukt dat de feitelijke verkoopprijs van € 292.000 niet als de feitelijke consumentenprijs kan gelden, mede omdat accessoires werden toegevoegd en een inruilauto werd meegenomen, zonder dat dit cijfermatig werd onderbouwd. De eigenschappen van het voertuig komen het meest overeen met nieuwe auto's van hetzelfde merk en type, waardoor de BPM-heffing volgens de wettelijke regels moet worden berekend.
De rechtbank concludeert dat de door belanghebbende betaalde BPM van € 69.544 niet te hoog is vastgesteld ten opzichte van de wettelijke catalogusprijs inclusief BPM van € 73.847. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de BPM-heffing van € 69.544 blijft van kracht.