ECLI:NL:RBBRE:2008:BM5870
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting wegens onzuivere pensioenregeling
Belanghebbende, een BV, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete opgelegd omdat zij als verzekeraar van een pensioen optrad terwijl niet meer werd voldaan aan de wettelijke voorwaarden. De inspecteur stelde dat de pensioentoezegging niet voldeed aan de eisen omdat de bestuurder geen minimaal 10% aandelenbezit meer had na verkoop van dochtermaatschappijen.
De rechtbank oordeelde dat de pensioenregeling vanaf 30 juni 2000 onzuiver was omdat de bestuurder niet langer aan de aandeelhouderscriteria voldeed. Hierdoor moest de pensioenaanspraak als loon worden belast. De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende op splitsing van de regeling, de glijclausule en het vertrouwensbeginsel, omdat geen rechtsgeldig vertrouwen of afspraak met de inspecteur was aangetoond.
De rechtbank matigde de naheffingsaanslag tot de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraak per 30 juni 2000 en vernietigde de boete. Tevens veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 11 juli 2008 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting werd verminderd tot € 97.254 en de boete vernietigd.