ECLI:NL:RBBRE:2008:BK8563
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen belastingaanslag inzake AOW-uitkering en Canadese belasting
Belanghebbende ontving in 2005 een AOW-uitkering die werd gekort tot 78% vanwege een verblijf in Canada tussen 1963 en 1974. Daarnaast ontving hij een Canadese Old Age Security Pension waarop Canadese belasting was ingehouden. De inspecteur verleende vrijstelling voor het Canadese pensioen in plaats van verrekening van de ingehouden Canadese belasting.
Het geschil betrof de vraag of de ingehouden Canadese belasting als voorheffing in mindering gebracht moest worden op de Nederlandse belasting. De rechtbank oordeelde dat ingevolge het belastingverdrag tussen Nederland en Canada vrijstelling met progressievoorbehoud van toepassing is, waardoor verrekening van buitenlandse belasting niet aan de orde is.
Belanghebbende voerde het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel aan, stellende dat hij gelijk behandeld moest worden als een volledige AOW-ontvanger. Dit werd verworpen omdat de situaties feitelijk en juridisch verschillen. Ook het beroep op vertrouwen faalde vanwege een opzegging van het vertrouwen door de inspecteur.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht is opgelegd en wees het beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.