ECLI:NL:RBBRE:2008:BH1295
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting tijdig verzonden en heffingsrente verminderd
Belanghebbende, een onderneming die vanaf 1 januari 2002 beheersactiviteiten verricht, ontving een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2002 met dagtekening 29 december 2007, maar pas ontvangen op 3 januari 2008. De kern van het geschil betrof of de aanslag tijdig was verzonden binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld ontstond.
De inspecteur voerde bewijs aan in de vorm van een computeruitdraai van de planning van de aanslagen en een ambtsedige verklaring van een ambtenaar dat de aanslag met 48-uurspost op 28 december 2007 was verzonden. De rechtbank vond de computeruitdraai op zichzelf onvoldoende en de ambtsedige verklaring onvoldoende bewijs, maar achtte de combinatie van beide, samen met de gebruikelijke praktijk dat de dagtekening van een aanslag na de verzenddatum ligt en de ontvangstdatum op 3 januari 2008, aannemelijk dat de verzending in 2007 plaatsvond.
Daarnaast was de hoogte van de heffingsrente in geschil. Belanghebbende had nooit aangiftebiljetten over 2002 ontvangen, ondanks verzoeken en gesprekken met de Belastingdienst. De rechtbank vond dat het niet handelen van de inspecteur in 2002 niet aan belanghebbende mocht worden toegerekend, waardoor de heffingsrente verminderd werd met een bedrag van € 84.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de heffingsrente betreft en vernietigde de uitspraak op bezwaar over de heffingsrente, terwijl het beroep tegen de naheffingsaanslag zelf ongegrond werd verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is tijdig verzonden, maar de heffingsrente wordt verminderd tot € 1.570.