ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6453
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart bezwaar ontvankelijk wegens onvoldoende kennisgeving aan gemachtigde
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonheffing en een vergrijpboete opgelegd over het jaar 2000. Het bezwaar werd pas na de wettelijke termijn ingediend, waarna de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde vanwege te late indiening.
Belanghebbende stelde dat correspondentie en kennisgeving van de aanslag ook aan zijn gemachtigde had moeten worden gestuurd, aangezien hij vaak in Polen verbleef en afspraken hierover waren gemaakt. De inspecteur betwistte dit en stelde dat geen afspraken waren gemaakt over het versturen van stukken aan de gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat hoewel geen wettelijke verplichting bestond om stukken aan de gemachtigde te sturen, de inspecteur wel gehouden was om de gemachtigde ten minste in kennis te stellen van het opleggen van de aanslag, gezien het lopende boekenonderzoek en de omstandigheden. Door dit na te laten heeft de inspecteur onbehoorlijk gehandeld, waardoor het bezwaar niet als te laat kon worden aangemerkt en dus ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en droeg de inspecteur op opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werden de proceskosten in samenhang met andere zaken besproken. De uitspraak werd op 27 november 2008 gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende wordt ontvankelijk verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.