ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5132
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. van Duijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens fiscale eenheid omzetbelasting
Belanghebbende B.V. had te weinig omzetbelasting voldaan over 2003, waarop de inspecteur een naheffingsaanslag en een boete van 50% oplegde. Belanghebbende kwam alleen tegen de boete in beroep. De rechtbank oordeelde dat tussen belanghebbende en haar dochtervennootschappen sprake was van een fiscale eenheid op grond van artikel 7, vierde lid, Wet OB.
Hierdoor was de belasting niet verschuldigd door belanghebbende zelf, maar door de fiscale eenheid als geheel. Dit maakte de boetegrondslag nihil, waardoor de boetebeschikking onterecht was opgelegd. De rechtbank vernietigde daarom de boete en de uitspraak op bezwaar.
De inspecteur erkende de financiële en organisatorische verwevenheid, maar betwistte de economische verwevenheid. De rechtbank achtte echter ook de economische verwevenheid aanwezig, mede omdat prestaties indirect ten behoeve van de andere vennootschappen werden verricht.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tevens in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens het bestaan van een fiscale eenheid waardoor de boetegrondslag nihil is.