ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5025
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-zichtbaar plaatsen parkeervergunning leidt niet tot naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende beschikte over een parkeervergunning op kenteken geldig voor een parkeerplaats in de gemeente. Op 20 oktober 2007 parkeerde hij zijn voertuig zonder dat de vergunning zichtbaar en leesbaar achter de voorruit lag. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op.
De rechtbank stelt vast dat hoewel belanghebbende niet voldeed aan de vergunningsvoorwaarden omtrent zichtbaarheid, dit niet betekent dat er geen sprake was van parkeren met vergunning. De parkeerbelasting was immers voldaan. De rechtbank wijst het beroep van verweerder op een arrest van de Hoge Raad uit 1997 af, omdat dat arrest betrekking had op vergunningen op naam, terwijl hier een vergunning op kenteken geldt.
De rechtbank oordeelt dat het voorschrift voor zichtbaarheid vooral een controlefunctie heeft en dat het niet zichtbaar plaatsen van de vergunning geen reden is voor naheffing zolang de belasting is betaald. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt de naheffingsaanslag en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet zichtbaar plaatsen van de vergunning wordt vernietigd.