ECLI:NL:RBBRE:2008:BG1912
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs intracommunautair vervoer
Belanghebbende, een onderneming in detail- en groothandel in textiel, betwistte een naheffingsaanslag omzetbelasting en boete opgelegd door de inspecteur voor het tijdvak januari tot oktober 1998. De inspecteur stelde dat niet was aangetoond dat de leveringen intracommunautair waren, waardoor het tarief van nihil niet van toepassing was.
Tijdens de zitting verklaarde belanghebbende dat de goederen naar België waren vervoerd en dat de CMR-vrachtbrieven dit bevestigden, maar de rechtbank oordeelde dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs vormden. De Belgische afnemers waren niet of niet meer actief volgens de Belgische belastingdienst. Ook de voorbelasting op een factuur van een opgeheven leverancier werd niet geaccepteerd.
De rechtbank concludeerde dat het tarief van nihil niet terecht was toegepast en dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd omdat de oorspronkelijke aanslag te hoog was vastgesteld. De opgelegde boete werd vernietigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de financiële situatie van belanghebbende.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs en overschrijding redelijke termijn.