ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0384
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete wegens disproportionaliteit na zelfcorrectie omzetbelasting
Belanghebbende, een aannemersbedrijf, had in december 2002 een te hoge teruggaaf van omzetbelasting van € 35.032 opgegeven. Dit werd in juni 2003 ontdekt en in latere aangiften over augustus tot en met december 2003 gecorrigeerd. In 2004 startte de inspecteur een boekenonderzoek en legde een naheffingsaanslag met een vergrijpboete van € 17.516 op wegens (voorwaardelijk) opzet.
De rechtbank oordeelt dat hoewel er sprake was van verwijtbaarheid bij het doen van de te hoge teruggaaf, het feit dat belanghebbende de correctie zelf heeft doorgevoerd zonder medeweten van de inspecteur een groot deel van de verwijtbaarheid wegneemt. De boete is daarom disproportioneel, zeker gezien het fiscale verleden van belanghebbende en de overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank vermindert de boete tot € 3.500 en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van € 644 en het griffierecht van € 143. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt verminderd tot € 3.500 wegens disproportionaliteit en zelfcorrectie door belanghebbende.