ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1459
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing afdrachtvermindering langdurig werklozen zonder verklaring niet toegestaan
Belanghebbende, een maatschap met een gehandicapte werknemer, heeft voor de jaren 2001 tot en met 2004 de afdrachtvermindering langdurig werklozen toegepast zonder te beschikken over de vereiste verklaring langdurig werkloze zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Wet vermindering afdracht loonbelasting/premies volksverzekeringen (WVA).
Belanghebbende stelde dat het afgeven van een dergelijke verklaring zinloos is voor gehandicapte werknemers en dat deze niet als voorwaarde mag worden gesteld. De rechtbank oordeelt echter dat uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de verklaring niet alleen dient om vast te leggen of een werknemer langdurig werkloos is, maar ook om te toetsen of de werkgever geen gewone werknemers heeft ontslagen om van de vermindering te profiteren.
Daarom is het belang van de verklaring ook bij arbeidsgehandicapte werknemers aanwezig. Nu belanghebbende niet beschikte over de verklaring, was het toepassen van de afdrachtvermindering onterecht en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Partijen zijn het er ter zitting over eens geworden dat de opgelegde boete moet worden vernietigd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond voor zover het de naheffing betreft en gegrond voor zover het de boete betreft. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt bevestigd, de boete vernietigd en proceskosten worden toegewezen aan belanghebbende.