ECLI:NL:RBBRE:2008:BD1432
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over ontvankelijkheid bezwaar tegen aangekondigd voornemen navorderingsaanslagen en kostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen het door de inspecteur aangekondigde voornemen om navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen met boete over de jaren 2001 tot en met 2003 op te leggen. De inspecteur weigerde echter een uitspraak te doen op dit bezwaar, omdat hij van mening was dat het aangekondigd voornemen geen besluit was waartegen bezwaar mogelijk was.
De rechtbank stelde vast dat het aangekondigd voornemen inderdaad geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, maar een inlichting die geen rechtspositionele gevolgen heeft. Hierdoor is het bezwaar niet-ontvankelijk. Desondanks is de inspecteur gehouden om een beslissing te nemen op het ingediende bezwaarschrift. Het nalaten daarvan wordt door de rechtbank aangemerkt als een schriftelijke weigering een besluit te nemen, waartegen belanghebbende tijdig beroep heeft ingesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en wees de proceskostenveroordeling toe aan belanghebbende. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €161 en het griffierecht van €38. De uitspraak benadrukt het belang van rechtsbescherming en de plicht van bestuursorganen om te beslissen op ingediende bezwaren, ook als het bezwaar niet ontvankelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk, en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €161 en griffierecht van €38.