ECLI:NL:RBBRE:2008:BC6060
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling overdrachtsbelasting bij directe overdracht aan werkmaatschappij zonder voortzetting
Belanghebbende en zijn compagnon brachten hun aandelen in een vennootschap onder firma ruisend in persoonlijke holdings in. Vervolgens werd de onderneming, exclusief het onroerend goed, direct overgedragen aan een gezamenlijke werkmaatschappij tegen uitreiking van aandelenkapitaal en creditering.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, sub 2 Wet BRV niet van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de voortzettingseis van drie jaar niet was nageleefd en dat de werkmaatschappij niet nagenoeg volledig in eigendom was van belanghebbende, waardoor het Besluit van 12 augustus 1997 niet van toepassing was.
Belanghebbende voerde dwaling en het vertrouwensbeginsel aan, omdat de inspecteur voorafgaand aan de transactie goedkeuring had gegeven. De rechtbank verwierp deze beroepen omdat de toezegging in strijd was met de wet en het Besluit duidelijk stelde dat nagenoeg alle aandelen in bezit moesten zijn van de overdragende vennootschap.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is ongegrond verklaard.