ECLI:NL:RBBRE:2008:BC5315
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van winstcorrecties en administratieplicht bij verkoop oogst aan Poolse vennootschap
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de aanslagen vennootschapsbelasting over 2000 en 2001 van een Nederlandse tuinder die oogst op stam verkocht aan een Poolse vennootschap. De inspecteur corrigeerde de winst door de opbrengstverschillen toe te rekenen aan de tuinder, onder aftrek van loonkosten voor Poolse arbeiders. Belanghebbende weigerde inzage in zakelijke e-mails op de bedrijfscomputer, wat de rechtbank als onredelijk afwees en omkering van de bewijslast rechtvaardigde.
De rechtbank stelde vast dat de contracten met de Poolse vennootschap schijnconstructies waren, maar dat niet bewezen was dat de winst daadwerkelijk aan belanghebbende toekwam. De inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd van onjuiste aangiften en opzet, waardoor de opgelegde boetes werden vernietigd. De winstcorrecties van de inspecteur werden grotendeels bevestigd, met een lichte vermindering vanwege erkende fouten.
Verder oordeelde de rechtbank dat de aanslagen binnen de wettelijke termijnen waren vastgesteld, geen sprake was van ongeoorloofde dubbele heffing, en het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetes, vermindert de aanslagen vennootschapsbelasting en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.