ECLI:NL:RBBRE:2007:BJ4792
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling definitieve aanslag na negatieve voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende had voor het jaar 2003 twee negatieve voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ontvangen, respectievelijk van € 2.153 en € 8.066 terug te ontvangen belasting. Later legde de inspecteur een definitieve aanslag op met een te betalen bedrag van € 3.966, gebaseerd op de door belanghebbende ingediende aangifte.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inspecteur bij de definitieve aanslag gebonden was aan de eerder opgelegde negatieve voorlopige aanslagen. De rechtbank overwoog dat voorlopige aanslagen slechts een globale schatting zijn en dat de inspecteur niet verplicht is de definitieve aanslag op dezelfde wijze onjuist vast te stellen, tenzij er sprake is van bijkomende omstandigheden die een weloverwogen standpunt van de inspecteur doen vermoeden.
De rechtbank oordeelde dat dergelijke bijkomende omstandigheden ontbraken en dat de door de inspecteur verzonden mededelingen slechts aankondigingen waren zonder bindende standpuntbepaling. Daarom was de definitieve aanslag rechtsgeldig en correct vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2003 is ongegrond verklaard.