ECLI:NL:RBBRE:2007:BI4288
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens niet-aantoonbare lijfrenteovereenkomst
Belanghebbende deed over 1998 aangifte met een aftrek van lijfrentepremie van fl. 387.459. Na een boekenonderzoek in 2003 kon geen schriftelijke lijfrenteovereenkomst worden getoond, waarop de inspecteur de aftrek terugnam in de navorderingsaanslag.
Belanghebbende voegde later alsnog een schriftelijke overeenkomst toe, gedateerd 28 december 1998, maar de rechtbank oordeelde dat deze overeenkomst pas jaren later schriftelijk was vastgelegd en dat alleen het bestaan van een mondelinge overeenkomst onvoldoende is om aan te tonen dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de lijfrenteovereenkomst ten tijde van de premiebetaling voldeed aan de voorwaarden voor aftrek. De navorderingsaanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen van fl. 414.110 (€ 187.914,93), waarvan een deel belast werd tegen het bijzondere tarief van 45%. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 is verminderd wegens het ontbreken van een geldige lijfrenteovereenkomst.