ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0195
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake naheffingsaanslag dividendbelasting bij inkoop eigen aandelen
Belanghebbende, een beursgenoteerde vennootschap, kocht eigen aandelen in en droeg 25% dividendbelasting af over de aankoopsom minus het gemiddeld gestort kapitaal. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat belanghebbende meer dividendbelasting verschuldigd was, gebaseerd op een andere berekening. Belanghebbende maakte bezwaar en verzocht om schorsing van de naheffingsaanslag tot het reeds afgedragen bedrag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bank die de aandelen aanbood slechts dienstverlener was en niet de gerechtigde tot de opbrengst van de aandelen. De dividendbelasting is slechts eenmaal verschuldigd door de uitkerende vennootschap, ongeacht wie als gerechtigde op de dividendnota staat vermeld. De naheffingsaanslag tot het reeds betaalde bedrag is daarom onrechtmatig.
Gezien het spoedeisend belang van belanghebbende en het risico op onevenredig nadeel voor haar en haar aandeelhouders, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De naheffingsaanslag werd geschorst tot het bedrag van de reeds betaalde dividendbelasting. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag dividendbelasting wordt geschorst tot het reeds afgedragen bedrag.