ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2242
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing bij verkrijging woonhuis van ouders
Belanghebbende heeft van zijn moeder een woonhuis gekocht en deed een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting zoals bedoeld in artikel 15 lid 1 sub i van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 (WBR). Deze vrijstelling geldt voor gevallen waarin de verkrijger of zijn rechtsvoorganger onder algemene titel een zaak aanbrengt of laat aanbrengen terwijl hij geen eigenaar is van de onderliggende grond.
De woning is in 1966 gebouwd in opdracht van de ouders van belanghebbende op hun eigen grond. Na het overlijden van de vader in 1989 is de woning volledig eigendom geworden van de moeder. De inspecteur stelde dat de vrijstelling niet van toepassing was en legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, inclusief een verzuimboete en heffingsrente.
De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling uitsluitend geldt indien de aanbrenger van de zaak geen eigenaar was van de grond ten tijde van de bouw. Omdat de ouders destijds eigenaar waren van de grond, is de vrijstelling niet van toepassing. De stelling van belanghebbende dat hij als rechtsopvolger onder algemene titel van zijn vader binnen het toepassingsbereik valt, wordt verworpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.A. den Hartog, voorzitter, mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en mr. W. Brouwer, rechters, en op 26 juli 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.