ECLI:NL:RBBRE:2007:BA8430
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt verbindend karakter van Vinkenslagregeling voor belastingjaar 2003
De rechtbank Breda behandelde het beroep van een ondernemer woonachtig op het woonwagenkamp Vinkenslag tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003. De inspecteur had de aanslag vastgesteld volgens de wettelijke normen, zonder toepassing van de vaststellingsovereenkomst die eerder met Vinkenslag-ondernemers was gesloten. Belanghebbende stelde dat de regeling ook voor 2003 van toepassing was.
De rechtbank stelde vast dat de Vinkenslagregeling sinds begin jaren 90 bestond vanwege de bijzondere situatie van de bewoners, die vaak geen volledige administratie konden voeren. In mei 2000 was een individuele vaststellingsovereenkomst gesloten die de belastingheffing forfaitair regelde. Hoewel de regeling formeel tot 2001 liep, bleek uit communicatie en gedragingen dat deze ook stilzwijgend voor 2003 werd voortgezet.
De rechtbank beoordeelde de vraag of de overeenkomst in strijd was met goede zeden of openbare orde naar de situatie van mei 2000 en concludeerde dat dit niet het geval was. De regeling was bedoeld om op een eenvoudige en controleerbare wijze tot een benadering van de verschuldigde belasting te komen, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van de ondernemers. De inspecteur was daarom gebonden aan de vaststellingsovereenkomst en moest de aanslag verminderen tot het forfaitaire bedrag van € 6.806.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 19 juni 2007 en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot € 6.806 volgens de vaststellingsovereenkomst.