ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4931
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering inzage stukken controledossier in belastingzaak vennootschapsbelasting
Belanghebbende is geconfronteerd met navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting, boetes en heffingsrente over de jaren 1997 tot en met 2000. De inspecteur heeft een boekenonderzoek uitgevoerd en een controledossier opgesteld. Belanghebbende verzocht om inzage in een aantal stukken uit dit dossier, waarvan de inspecteur een deel weigerde te overleggen met beroep op geheimhouding en uitzonderingsgronden uit de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB).
De rechtbank stelt vast dat het gehele controledossier als op de zaak betrekking hebbend moet worden aangemerkt en dat bij het weigeren van stukken vanwege het EVRM de grootst mogelijke terughoudendheid moet worden betracht. De rechtbank weegt het belang van belanghebbende op inzage af tegen de door de inspecteur aangevoerde gewichtige redenen voor geheimhouding, waaronder het belang van de opsporing en vervolging in een strafzaak tegen de directeur.
De rechtbank oordeelt dat kladstukken en werkdocumenten van de controleur in het algemeen mogen worden geweigerd omdat deze de vrijheid van controlemedewerkers moeten waarborgen en slechts relevant zijn voor zover zij weerslag vinden in de rapportage. Per opgevraagd stuk beoordeelt de rechtbank of geheimhouding gerechtvaardigd is en beveelt de inspecteur alsnog overleggen van een specifieke lijst met pagina’s uit het controledossier. De rechtbank wijst het verzoek om inzage in overige stukken af en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de inspecteur om binnen drie weken specifieke stukken uit het controledossier aan de rechtbank en belanghebbende te overleggen en houdt verdere beslissing aan.