ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4866
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.G.M. Zander
- J.G.M. Wouters
- P.H.J.G. Romers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afschaffing vervolguitkering WW met terugwerkende kracht en toetsing aan EVRM
Eiser, voormalig elektromonteur, maakte aanspraak op een vervolguitkering WW na het verstrijken van zijn loongerelateerde uitkering. Verweerder beëindigde deze vervolguitkering met terugwerkende kracht op grond van een wetswijziging die de vervolguitkering afschaftte per 1 januari 2004.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn dienstbetrekking vóór 23 september 2003 was beëindigd, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing was. De afschaffing van de vervolguitkering met terugwerkende kracht werd getoetst aan het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en aan artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever bevoegd is terugwerkende kracht toe te passen en dat de rechter de wet niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen. Het recht op vervolguitkering werd beschouwd als een bestaande aanspraak ('possession') in de zin van het EVRM, maar de inbreuk daarop was gerechtvaardigd vanwege het algemeen belang van beperking van overheidsuitgaven en de ruime beoordelingsvrijheid van de staat.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet onevenredig zwaar werd getroffen, mede omdat hij tot een grote groep WW-gerechtigden behoorde en compensatie via de bijstand mogelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de correctie van een eerder onjuist besluit door verweerder werd als aanvaardbaar beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de vervolguitkering WW wordt ongegrond verklaard.